Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat kon er gaande zijn? De heer Franssen, de onafscheidelijke metgezel van den, buiten „zaken", detnokratischen neef, mits deze zich niet ophield ten bureele der Rhodeso-Neerlandica, waar hij in de koesterende schaduw des broeders eene houding had in acht te nemen, — de heer Franssen zag op van zijn werk en en voegde doodleuk den binnenkomende toe:

^eë> Jan> 'k geloof dat het spant daar binnen. Zou je niet een spaantje —

— Meneer, u wordt niets gevraagd — en Jan zag met waarschuwenden blik Jan Karper aan, als deze zich soms mocht verstouten het woord eveneens te richten tot den afgezant. De employé-aandeelhouder liet zich niet afschrikken en waagde, door den sluwert geprikkeld:

Wat ziet u er vreemd uit vandaag, meneer Senior.

Bedoelt u mij ? . . Meneer, u wordt niets gevraagd. Hoe staat u met den kataloog?

— Van Raspalius zijn drie vel

— Meneer, dat wordt u niet gevraagd.

Zeg Jan, — plaagde Franssen — kom je van middag ook bij v. d. B? Ik tracteer op dubbel gebeide, hoor.'

Hè ja! — roept de Jingo — ik heb van daag in een „taaie" bizonder trek.

— Anders zeker nooit — merkt Glazenkamp op.

— Hou jij je gelen snater, als je niets beters hebt te zeggen! — antwoordt Jingo geraakt. Flauwe aardigheden hebben we niet noodig.

— De heeren schijnen het er op gezet te hebben _ begint de Senior Hengelaar — om als kwajongens —

— Elkaar te sarren _ meent Jan Karper — ja, dat dient „ter afwisseling in de eentonigheid van het dagelij ksch verkeer . Wie heeft me dat ook weer verteld?

Meneer... u is hier om te werken en uw tracte-

Sluiten