Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenstander bestemd. Nooit miste deze het doel. De pijl van den I'arth is spreekwoordelijk geworden.

Zoo heeft ieder zijn eigen vechtmanier.

De heer Pieter Hengelaar Junior, die de kunstgreep van de oude Parthen wel niet heeft afgekeken, had bij zijne retraite naar Zuid-Afrika een dergelijken pijl voor den gewezen adjunct Glazenkamp gereserveerd. Te midden der drukke toebereidselen van zijn vertrek moest deze hinderpaal uit den weg geruimd. De Rhodeso-Neerlandica, in het het moederland, diende vooraf gezuiverd te worden van schadelijke elementen, en daarom werd eenige dagen vóór de afreis de vogelvrij verklaarde gesommeerd te verschijnen voor den gerichte, ten einde zijn vonnis te vernemen wegens niet voldoening aan artikel zooveel van zijn contract. Wat in dien godenraad is verhandeld lekte vóór noch na de afreis des heeren Hengelaars uit: alleen werd Jan Karper, daags vóór de gewichtige gebeurtenis, aangezegd voortaan de facturen op te maken voor Zuid-Afrika, een werk, dat door Glazenkamp steeds was verricht en waarvan de litterator-aandeelhouder-employé in de verte, zooals de gemeenzame uitdrukking luidt, geen kaas gegeten had. Aan dergelijke verrassingen trouwens geraakt men aan de Rhodeso-Neerlandica gewoon; minder was dit het geval met het mensch-onwaardig bestaan, dat de Hengelaarskliek aan twee geëmploieerden, tevens deelhebbers in de vennootschap, had bereid. Met den eenen, het individu Glazenkamp, was men gereed gekomen, zooals met zeker dier, als het, op een oor na, is gevild. Zijn heengaan was slechts de kwestie van anderhalve maand of zes weken, (dienstboden-termijn). Met den anderen, het individu Karper, zou men beginnen zooals tusschen de Hengelaars en hun trawant, den Jingo, was overeengekomen, na de terugkomst van den directeur uit het Kafferland.

Sluiten