Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de houding van het alsnu bestaande driemanschap, Verkerker-Jingo-Franssen, tegenover het geel geblakerd heerschap, kon men duidelijk bespeuren, dat dit voor goed en wel ten doode was opgeschreven. Aan de gewone plagerijen, vooral nu het hek was van den dam, geen gebrek, en de waardige Verkerker, de verpersoonlijking van het gezag, zag bij het spel oogluikend toe en grinnikte vaak van kinderlijk geneucht. Het trok de aandacht, dat te gewezen adjunct sedert Hengelaars vertrek werkzamer was dan ooit. Op zekeren dag meende de heer Franssen hem afschrift te z>en nemen van de prijzen waarvoor de export-artikelen der Rhodeso bij verkoop worden genoteerd Il.j maakte den ouden heer Verkerker opmerkzaam op et feit, dat aan het „alziend oog", zooals de Jingo, als ware h.j een afstammeling der Sioux-Indianen, zich zeiven gaarne betitelde, jammerlijk was ontsnapt. ... ,Het geheimzinnige in Glazenkamps houding wat diens stilzwijgen betrof omtrent den datum van zijn vertrek prikkelde de gemoederen meer dan ooit te voren. De Jingo met name, wiens hoofdeigenschap, bij de onvoorwaardelijke toewijding en verknochtheid aan Hengelaar Jr., zijn meester voornamelijk uitblinkt in het neuzen in iemands particuliere aange egenheden, de Jingo vooral wenschte te komen achter Glazenkamps plannen voor de toekomst. Was het om z.jn beagers en haters te prikkelen op zijne beurt; was het zinledige bluf, luchthartige geur, waarvan hij in zijne omgeving dagelijks volop getuige was, ik kan het niet beslissen, maar de afgeschrevene gaf niets meer noch minder voor dan voornemens te zijn om in Transvaal een concurrerende firma op te zetten. Men vermoedde dat hij zijne aandeelhouders in de „Rhodeso" voor het plan had gewonnen en de jmgo sloeg alsnu zijne handelingen met de waakzaamheid eens speurhonds gade.

Sluiten