Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bescheiden een tijdlang te onthouden. Hij hield die onder zich of wel verborg ze op eene plaats waar „de sufifert" ze niet zou zoeken, naar hij dacht.

Op zekeren dag ontspon zich tusschen de twee bewindvoerders de volgende dialoog.

— Meneer Jingo,... waar zijn de facturen van De Sluis en van Looier? Kan ik die eindelijk krijgen?

— Zeker,... te krijgen zijn ze altijd, 't zijn geen vogels die vliegen.

- Hi! hi! hi! dat 's een aardigheid, maar zoo bedoel ik het niet!

— Ik wèl, maar eerst moet ik het mijne ervan hebben.

He ...? maar ik toch ook. Ik geloof dat mijne

administratie wel zoo dringend is —

Als de mijne, wilt u zeggen ... het geloof, meneer Verkerker, is een gave Gods.

Meneer, ik ben van uw geestigheden niet gediend. Ik verzoek u mij de facturen te geven, die ik hoog noodig heb. Op het oogenblik voert u er niets mee uit. U hebt geheel ander werk —

— Hij moet vandaag vijf kisten uit elkaar slaan — brengt Franssen in het midden.

— Het is mijne zaak om te weten wat ik heb te doen — herneemt de Jingo.

Het is uw zaak de orders op te volgen, die ik noodig acht te geven. — merkt de heer Verkerker op — en althans bij afwezen van den directeur.

Ja wel zegt de Jingo — ik ken de consigne, en nu ga ik heen, meneer Verkerker, zie maar dat u de bullen bij elkaar scharrelt.

En de Jingo verwijdert zich, in het volle bewustzijn, dat dit incident voor hèm geen gevolgen hebben zal. Hij weet op welken voet hij staat met zijn heer en meester;

Sluiten