Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loopjongen, deelden in dit voorrecht, met dien verstande evenwel, dat hunne bevelen zich niet verder uitstrekten dan tot den aandeelhouder-employé. Het zou in de drie jaren van diens werkzaamheid nog de eerste maal zijn, als een dergelijk verzoek van die zijde ware ingewilligd. Daarvoor scheen een consigne van directeur en eersten trawant te zijn uitgegaan. En wanneer ik aan de waarheid volle recht laat wedervaren, dan dien ik te doen uitkomen, dat gedurende het tijdperk der zeven maanden afwezigheid, aan Jan Karper de rol van Glazenkamp alsnog werd bespaard. Hij was nog te jong in dienst, hij mocht nog een weinig teren op zijn aandeelhouderschap. Hij wenschte niet anders dan kameraadschappelijken omgang met de collega's, al droeg hij ook het levendig bewustzijn in zich rond, veel weg te hebben van het schaap, tusschen half getemde wolven verdwaald, wier temmer slechts het sein had te te geven ter verorbering. Op de terugkomst van den menagerie-directeur werd gewacht.

En het geschiedde in die dagen, dat de vroede stad onzer vaderen, het rechtzinnige Dordrecht, behoefte gevoelde aan eene Tentoonstelling van vaderlandsche nijverheid en kunst, om niet te zeggen aan vreemdelingenverkeer, teneinde almede eenige financieele leemten te vullen. Besloten werd der concurrentie het veld niet vrij te laten, maar mede te dingen, door expositie van Jongens- en Meisjesboeken, in den wedloop naar een negatieve eer.

Maar hoe, te midden der exposanten, de RhodesoNeeklandica te doen uitkomen en de aandacht te trekken van Publiek, dat belang stelt in Plantijn's of Elsevier's kunst ? Er moest reclame gemaakt, er moest worden geslagen op de Turksche trom. Wat toch is in onze dagen meer afgezaagd dan tentoonstellingen en reclame, als een en ander — reclame vooral — niet geschiedt op zeer in het

Sluiten