Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Directeur:

P. A. Hengelaar Jr.

Uitgevers-maatschappij Rhodkso-Neeklandica te 's Gravenoord.

— Hoe vindt u mijn idee, meneer Karper?... u hebt nog al smaak.

— Meneer Verkerker, ik vindt het te personeel en niet zakelijk, evenmin als de Statuten, de Jaarverslagen en Advertenties dezer, ik bedoel onzer maatschappij, waar de directeur altijd boven commissarissen wordt vermeld.

— Zoo .. . is dat uw oordeel? .. . maar dan moet ik niij 11 schoonzoon niet kennen.

— Dus ... u zoudt anders ...

— Ja, ik zou anders

De thermometer mijner waardeering van des heeren Verkerker's arbeid rees bij deze uitspraak een paar graden boven het vriespunt.

Van hetgeen in het land der Boeren werd verhandeld, het netelige vraagstuk betreffend, omtrent al of geen ontduiking van ingaande rechten op goederen, door de RiiodesoNeerlandica uitgezonden, lekte ten kantore te 's Gravenoord officieel niets uit. Zooals te voren reeds door mij aangestipt, was het wezenlijk doel der reis gestreng voor mij verzwegen. Waarom het verblijf in Zuid-Afrika langer dan een half jaar werd gerekt, was mij een raadsel evenzeer. En dat ik geheel onkundig ben gebleven van het gebeurde, tot op het oogenblik eener soort rehabilitatie, vindt zijne verklaring alleen in het feit, dat ik met den Boekhandel of de confrerie — buiten de R.-N. om — geen voeling had hoegenaamd. Bevreesd als ik was waarheden te zullen vernemen, waarvan ik aanvankelijk in persoon mij had overtuigd, schuwde ik eene ontmoeting met de vrienden van weleer. Uit de brieven, welke de heer Verkerker van zijn schoonzoon

Sluiten