Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Waar is u mee bezig, meneer Karper?

— Aan de correctie, ik bedoel de herziening en verbetering van „De razende Paladijn Roland .

— Nu ik geloof hier ook wat te moeten herzien.

— Dat zal waar zijn! — klinkt de echo van den

Jingo.

— Die ruhigen Tage von Aranjuez sind zu Ende — mompelt Franssen — we moeten op een sterke strooming bedacht zijn, het getij is verloopen en de bakens zijn verzet.

— Ik heb een heelen bak met „bullen" in de directiekamer gezien — zegt de Jingo — fourage uit Afrika, voot meneer Karper, uitgezochte menage, hoor!

— Jawel, een mand papier van wat daar is verkocht, de balans over 1896 moet er van gefabriceerd merkt Franssen op — en dat zal wat voeten in de aard hebben.

— 't Heeft niets om het lijf, ik draai er mijn hand niet voor om! — bluft de Jingo. En als hij een dergelijke uitdrukking bezigt, geeft hij er mee te kennen, dat hem alles even gemakkelijk afgaat en er geen de minste beweging bij noodig is, zoodat hij slapende desnoods al het werk verrichten kan. En het moet erkend, dat hij in de twaalf jaren zijner werkzaamheid als amanuensis of lechterhand van zijn meester, volkomen op de hoogte is van boeken-, kantoor- en schoolbehoeften-administratie. Hij weet dat zoo aanstonds, bij terugkomst van Hengelaar Junior, Jan Karper door dezen onder handen zal worden genomen aangaande dit onderdeel van beheer. Hij is zich bewust, dat deze een groen is in dergelijken arbeid; hij voorziet dat Jan Karper daarin bij hem te leer zal moeten gaan, en hij zal hem behandelen van uit zijn pedagogische hoogte, als gewezen normaalschool-kweekeling, gezakt voor onderwijzer, als voormalig onderofficier-instructeur, als de bully van zijn meester en heer.

Sluiten