Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijn ophanden vertrek, als het kon na veertien dagen, maar uiterlijk binnen een maand. Hij zou optreden als directeur der filiale eener groote industriëele onderneming in Parijs. In de schatting zijner neven steeg de gewezen Correspondent van quantitè ncgligeable plotseling boven pari, meer dan honderd percent. Jan Karper verbaasde zich volstrekt niet over het feit; hij wist hoe zwaar hranssen als werkkracht woog. Het eenige wat zijn bevreemding wekte, was, dat de Jingo den nieuwen titularis niet onmiddellijk sommeerde het gezamenlijk personeel te onthalen op een liter minstens van het I^ucas Bols distillaat. Stel u voor, dat Jan Karper het onverwacht geluk ware ten deel gevallen, de dorst naar „een taaie" van Jiiigo-drinkebroer ware onleschbaar geweest. Hij bepaalde zich voorshands tot het voor hem aangenaam en verkwikkelijk vooruitzicht den opvolger van Franssen naar zijn hand te zullen draaien, met de mededeeling, dat het aan dezen niet zou liggen zich een blijvende positie te verzekeren bij de maatschappij, als hij het ongeluk mocht hebben niet in het kader te passen van des Jingo's beheer. Trouwens bij iedere mutatie van personeel werd men op dergelijke uitingen van Hengelaars vertrouweling vergast.

De heer Franssen hield, daags vóór zijn vertrek, onder tractemenl van het bij de „Rhodeso" gewilde geestrijk vocht, een passende afscheidsrede. Het slot ervan was roerend. Zoo er al geen buitengewone opmerkingsgave vereischt wordt, om de heerschende toestanden aan het kantoor der „Neerlandica" te onderkennen, ééne zinsnede van Franssen's toespraak getuigde van zijn voorzienenden geest. Nog zie ik den gemoedelijken grappenmaker, met zijn niet al te zeer afstuitend cynisme, en hoor ik hem, met opgeheven glas, tot den Nestor-personeelbewaker de volgende merkwaardige woorden richten:

Sluiten