Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rhodeso-Neerlandica. Hij speelde zelfs een niet onbeteekenende rol in de klucht- en treurvertooningen van den dag en oefende een zijdelingschen invloed uit op de stemming der gemoederen, al naar deze zich luchtte, op vroolijke of hatelijke wijs. Het uiterlijk van den bengel, met zijn morsig toilet, droeg veel bij tot potsierlijke en misplaatste grappen. De tot walgens toe kwistige zinspelingen van den heer Verkerker, op de tanige tronie en het veelal met puisten overdekt gezicht van den guitigen knaap, brachten dezen in den waan, dat hij driestweg kon optreden, als eerste komiek, in menige klucht. Met zijn glurende, half gesloten oogen, door zwarte bossige wenkbrauwen overschaduwd, zag hij nauwlettend rond en bespiedde iedere beweging van het werkend personeel. Werd hij dan iets gewaar, dat hem tot een vermeende snedige opmerking gereede aanleiding gaf, hij verzuimde niet deze, mis of raak, te berde te brengen, en nam alsdan den Jingo, zijn eigenlijken patroon, in den arm, om de lachers aan zijne zijde te hebben. Als vertrouwd creatuur van den eerstaanwezende, kon niemand, Verkerker alleen uitgezonderd, van den jongen in dienstzaken iets verkrijgen, als deze er zijne sanctie niet aan had gehecht. Den Jingo alleen zag hij naar de oogen, als de verpersoonlijking van het gezag, als de macht en de kracht, die het gansche raderwerk in beweging zette van het eenig model-kantoor, dat voor eene teekening in werkelijkheid de stoutste fantasie achter zich laat.

En de guitige kantoorjongen, die vieze en oolijke gezichten kon trekken, al naar de gelegenheid diende, was met al zijn gebreken en eigenaardigheden, een nuttige factor op zijne wijs. Voor karwei en sjouwerwerk leende hij zich uitstekend. De Jingo schatte hem hoog, al was het alleen, omdat Malslag geheel handelde in zijn geest, als hij Jan Karper, zooals hij typisch het uitdrukte, „er tusschen kon

Sluiten