Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gerekend. Alleen met meneer Verkerker wordt op diens nog hoogeren leeftijd een uitzondering gemaakt, et pour cause.

Ping! Ping!

— Malslag, verzoek de heeren hier te komen! Waarop wacht je nog? Roep meneer Verkerker, meneer Jingo en meneer Brandhout van Eschdoorn.

— Moet ik soms ook ...

— Zoodra je tot de heeren gaat behooren, jochie. Vooruit, gauw als een haas!

Treden in de woonkamer de Nestor-adjunct, in het front, op den voet gevolgd door den Jingo, daarop de heer Brandhout van Eschdoorn.

— Ik doe u hier verschijnen, meneeren, (alsof de vertooning ook hier niet te voren was opgemaakt volgens program) om getuigenis af te leggen in de u bekende zaak (dat zal waar zijn) van meneer Karper —

— Met uw verlof, President... ik wil zeggen, mijnheer de directeur, veroorloofde zich Jan Karper in het midden te brengen, de heeren zijn getuigen, die ik, als aangeklaagde, want geen andere rol vervul ik hier, het recht heb te wraken.

— Met welk recht, meneer?

— De heeren zijn, evenals ik, in uw dienst, in casu en loco, zeer bevangen getuigen, niet in staat een onpartijdige verklaring af te leggen. Als loontrekkende dienaren, zouden zij, bij een formeele terechtzitting, buiten eede worden gehoord. Hier is het nu wel — jammer genoeg — geen werkelijk tribunaal, maar ik bezit de voorwetenschap, dat hunne verklaringen voor u zullen gelden als veridiek, als gereede munt. Hoe kan het ook anders! Ik zeg op den den voorgrond, dat het geheele verhoor zal uitloopen op niets; want bij voorbaat zijn er twee getuigen a charge en de derde, meneer Brandhout van Eschdoorn, moet neutraal blijven, omdat hij bij het gebeurde niet aanwezig was.

Sluiten