Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet goed was voor zijn geld. Meneer Karper schijnt van ons Heeren al een heel averechtschen dunk te hebben. Hij deed vrij wat beter op zijn eigen zaken te letten, want jongens, het zit er zoo dunnetjes bij hem op. Hij is net wat Franssen van hem zei: een ornament, of zooals meneer Verkerker hem noemt, een modepop met zijn mooie kleeren, die ie misschien niet eens heeft betaald.

Aldus de heer De Jingo, wiens vleiend getuigenis wij laten voor hetgeen het is, want het zou ons niet hebben voldaan, indien dit in andere bewoordingen ware vervat. Des mans grootste verdienste — wij mogen hem die hulde niet onthouden — bestond naast de doorgevoerde konsekwentie van zijn haat tegen den aandeelhouder-employé, in de grenzenlooze toewijding van zijn persoon aan zijn waardigen meester en patroon. Hadde hij getuigd naar waarheid en volgens recht, hij zou de Jingo niet meer zijn voor dit geschiedkundig en naar waarheid ingekleed verhaal.

— Meneer Brandhout van Eschdoorn — maant de voorzitter, die met onverdeelde aandacht de verklaringen van zijn vertrouweling heeft gevolgd — wat is uw rechtsgeleerd advies in deze ingewikkelde zaak?

— Dat kan heel kort zijn, meneer de voorzitter. Eerstens acht ik mij verplicht te constateeren, dat ik, als getuige, in deze kwestie hier niet op mijn plaats ben, om de eenvoudige reden, dat ik van het gebeurde geen getuige ben geweest. Indien het mij echter vergund is op psychiatrisch gebied eene stelling te verkonden, dan is de heer Karper, volgens mijne zienswijze, lijdende aan vervolgingswaanzin. Ziedaar mijn advies!

— Flink gesproken! — kon Jan Karper zich niet weerhouden dezen getuige tegen wil en dank, toe te roepen — want de heer Mr. Brandhout van Eschdoorn was, wegens zijn nog kortstondig aanzijn, maar weinig in de gelegenheid

Sluiten