Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zes en half zeven! — Zijn horloge raadplegende:— het is nu drie uur . .. kom, meneer Karper, wat voer je nu uit, laat dat Engelsch Geneeskundig Handboek maar liggen voor wat het is. Kom, vooruit! niet zeuren of hannessen, aanpakken! begrijpt u?

De aangesprokene zegt, dat hij het begrijpt. De senior Hengelaar, des hoofdmans broeder en evenknie, verschijnt op het terrein. Hij is een weinig angedusclt: het is namiddag.

— Welnu, dan aan den slag! — vervolgt de hoofdman — hier, meneer Karper, heb je een voorraad paktouw, dat van een vroegere verhuizing is overgebleven en in elkaar zit gestrengeld met knoopen, die men voor het gemak maar heeft door-gehakt.

— Die Alexander was een „practisch" man—waagt Jan Karper op te merken.

— Meneer, u wordt niets gevraagd! — merkt de broeder senior aan, met een lodderigen blik door zijn brilglazen heen.

— Ik zou dat touw eens behoorlijk uitrafelen, meneer Karper, dat is practischer dan al je geschiedeniskennis, begrijpt u? — valt de hoofdman in, op een toon zoo humaan, dat Jan Karper den heelen tros tegelijk aanvat en alle strengen gezamenlijk tracht los te maken.

— Zie je nu niet, dat je de kluit weer averechts verkeerd aanpakt? Als u iets practisch te doen hebt, meneer, schiet u altijd te kort. Hoe lang zal dat werk nu weer moeten duren? (ziet op zijn horloge.) Toen u dezer dagen de Balans van de Maatschappij, wat u noemdet, kalligraphisch in rondschrift hebt afgeschreven, heeft dat een heelen dag gevorderd. Malslag, de jongen, doet het in een uur. Zult u nooit eens begrijpen, dat tijd geld kost, meneer?

— Ja, ja, het heeft me danig geld gekost — bromt

Sluiten