Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door de plebejer-gang. Maar zoo aanstekelijk, tot de uiterste grens, openbaart zich de waan, als de schrijver dezer bladzijden zich niet meer kan uitdrukken in sobere, eenvoudige, natuurlijke, ongekunstelde taal, integendeel, tot bombastische grootspraak overslaat. Hoe vaak, sedert de vestiging in het Langerhout, is hem door Hengelaar junior hiervan geen verwijt gemaakt! Bij het samenflanzen nog van een Prospectus voor het Weekblad „Neerlandia", waaraan drie a vier „hens" hunne krachten hebben verspild, heette het, nadat hij zelf het zich had „onderwonden" (daar betrap ik me alweer op zoo'n gezocht woord):

— Meneer, U hebt geen stijl, het schrijven gaat u niet af, meneer; het is alles zoo gewrongen, zoo gezocht, zoo gemaakt; het hangt als droog zand aan elkaar. Ik zelf heb nu een Prospectus vervaardigd, luister maar eens, meneer, dat klinkt als een klok!

— U waart vroeger, aan de Groentengracht, toch over mijn opstellen tevreden; — bracht Jan Karper, als een berispte schooljongen in het midden — het komt er zeker van, dat we hier in het Langerhout allen te hoog willen vliegen, de lucht werkt in dit opzicht besmettelijk. Kn dan mag ik u doen opmerken, meneer de directeur, dat wie zijn menschen steeds berispt, in zeer onaangenamen vorm, hen totaal demoraliseert, juist door den vorm, waarin men zijne aanmerkingen kleedt. Zoo u vijf-en-twintig jaar ouder waart dan ik, en niet omgekeerd, zou dit eindigen daarmee, dat ik aan mij zeiven ging twijfelen, en zulk een einde is treurig. Denkt u er ook niet zoo over?

Er verscheen een vlammetje in de fletse oogen des hoofdmans, dat een tijger niet kwaad zou hebben gestaan. Zijn standpunt trouwens had eene hoogte bereikt, waarop hij voor de Duitsche handelsvrienden!!! niet meer als Herr Director wenschte te worden verluid, maar men in brieven

Sluiten