Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eens tweemaal zou bedenken, alvorens zijne diensten te leenen bij dergelijke bent. Of Jhr. Mr. Brandhout van Eschdoorn in deze gevoelsuiting het geheele personeel samenvatte, zich zeiven niet uitsluitend, laat ik in het midden. In mijne opvatting van het woord „verloopen" ben ik het volkomen met hem eens, natuurlijk ook wat Jan Karper persoonlijk betreft. Het tweetal, Brandhout en Karper, dat volgens de uitspraak van den hoofdman onder het personeel alleen aanspraak mocht maken op den naam van „intellectuels", kon het woord „verloopen", in gunstigen zin, opnemen in zijn blazoen. Brandhouts verleden getuigde van wilskracht en energie. Door wisselvalligheid van de fortuin was hij vroegtijdig overgelaten aan zijn eigen lot, thrown upon the world. In Parijs leidde hij het Bohemer bestaan; zijn polyglottische kennis stelde hem in staat in zijn onderhoud te voorzien als tolk, gids en informateur ; ook als gérant van een gerenommeerd etablissement, waar Spaansche en Portugeesche wijnen het verhemelte streelden, maakte hij een goed figuur. In Burgos legde hij zich toe op de merinosteelt. Egypte zag hem als stuurmansmaat op een Engelsch koopvaardijschip, en van daar wipte hij naar Leiden's universiteit, om te promoveeren in romeinsch en hedendaagsch recht. Hoe hij na zooveel onderscheiden lotsverwisseling bij de Rhooeso belandde, zegt zijne geschiedenis niet. Alleen is mij bekend, dat ook hij excelsior streefde, en op zekeren dag, voor een meer lucratieve, meer onafhankelijke- en vooral menschwaardige positie de riemen neerlegde aan bak- en stuurboordzijde der Rhodeso-sloep, met een après moi le dèluge! tot afscheids-groet.

Brandhout van Eschdoorn was een kranige figuur, die op zijn amerikaansch het ambt maakte en niet omgekeerd. „Verloopen", in goede beteekenis, was hij, zonder tegenspraak.

Sluiten