Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de heer Verkerker, gewezen gevangenis-directeur, komt op Jan Karper af, en zegt:

— Ik geloof niet, mijnheer, dat u van avond iets pressants hebt te doen, u moet den knecht maar helpen met stempelen of plakken.

— Ik geloof, mijnheer — antwoordt Jan Karper — dat ik dit rondweg verdo(e)m. De aandeelhouder achtte dergelijke repliek afdoende voor den man, die, als Kxport-artikel voor Zuid-Afrika in zijne administratie-boeken schreef:

i Vaatje Varkenskluifjes a f1.50, een post van des Jingo's privé-rekening, — door dezen hem onder de „bullen" geschoven — voor den man, die den eigen dag Jan Karper had aangezegd 's avonds terug te komen voor het brievenwerk.

— U verdient de laan uitgezet te worden, meneer!

— Verdienen of er uit moeten, volgens overeengekomen plan, zijn twee, meneer Verkerker. Of denkt U soms, dat ik de gemerkte kaarten niet heb gezien, die u met de medespelers in handen hebt en waarvan geen enkele troef bij mij terecht komt?

— Ik versta geen raadsels, en ik verzoek u te zwijgen, meneer.

— Het eerste begrijp ik, het laatste zal ik doen, als mij dat goeddunkt. Begrijpt Udat wel, meneer Verkerker?

Het spel liep hoog, de crisis was nabij. Maar de Jingo was afwezig. Zonder hem liep de ontknooping niet van stapel. Tot verbazing van Jan Karper, biedt de heer Verkerker aan, hem voor een gedeelte met het afschrijven der Circulaire behulpzaam te willen zijn. En waarlijk de schoonpapa zet zich aan het werk.

Welke bedoeling zat daarbij voor?

Dit zal weldra blijken.

Hij legde met dit dienstbetoon, voetangels en klem-

Sluiten