Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Lieden, die het baantje van Commissaris ambiëeren en, voor een waarlooze Duizend gulden of twee in aandeelen, een cachet moeten geven aan de Naamlooze Vennootschap, tot wie zij wel af willen dalen.

c. Leveranciers van goederen aan de Maatschappij, die, in ruil en als betaling, op zekere voorwaarden, na levering van Duizend gulden waarde, hun een Aandeel ter hand stelt. (Deze kategorie ressorteert onder de Karpersoort.)

d. Vrienden en vrienden van vrienden, die bij aanzoek tot deelneming moeielijk kunnen weigeren, om redenen van overwegenden aard. (Eene afdeeling onnoozele schapen, ter slachtbank gesleept.)

e. Een kategorie, waaraan geen naam is te geven. (Erger idioten dan een Karper, die dacht een positie te koopen.)

Van een practisch beursman hoorde ik eens de alledaagsche maar toch degelijke opmerking: — Wie geld wil beleggen in papier, moet dit altijd zóó do;n, dat hij dit steeds bij zich heeft, begrijpt u dit, mijnheer? — Neen — zei de aangesprokene — want ik heet Jan Karper, leg u ine dat eens uit. — Ezel — hernam hij binnensmonds—je moet het ieder oogenblik tot geld kunnen maken, anders ben je in den aap gelogeerd. — Dank u, meneer!

Alle leden van de Karperfamilie zullen de les ter harte nemen. Dit is de voldoening, de eenige, welke ik verlang voor mijn geschrijf. Al is het, dat waarheid aanleiding tot ergernis geeft, het is beter de ergernis te geven dan waarheid te verzwijgen.

En wanneer ik nu, met onverholen pessimisme, belachelijke, maar ook „miserabele" toestanden heb gehekeld en aan de kaak gesteld; wanneer mijn boek van innige verbittering getuigt, — de weldenkende zal begrijpen, met welk recht ik den bewerkers van mijn ongeluk mijne be-

Sluiten