Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geldt het genoemde voor de bloemen, in veel sterkere mate is dit het geval met het afgestorven loot'. Wanneer dit, zooals veelal het geval is, öf op het land achterblijft, öf gelegd wordt op grond, die het volgende jaar voor de cultuur bestemd is, dan is daarvan bepaald een misgewas te verwachten op al die plekken (en de naaste omgeving er van), waarop het loof heeft gelegen. De meeet aanbevelenswaardige wijze van handelen is het loof te verbranden en de asch te verwijderen.

Velen zijn de meening toegedaan, dat eene nauwkeurige bewerking van den voor tulpen bestemden grond overbodig is. Deze meening berust echter op eene dwaling. Tulpen houden van een lossen, luchtigen grond. Het verdient daarom aanbeveling hem vóór het beplanten met de ploeg goed los te maken of hem nauwkeurig te delven.

Wil men bestaand weiland liet volgend jaar gebruiken voor tulpencultuur, dan is het gewenscht het in den winter of het vroege voorjaar (vooral niet te diep) te ploegen en eenige malen goed te laten eggen. Hoe meelde zode van het weiland verteert, hoe meer dit het gewas der tulpen ten goede zal komen. Bij voorkeur bezaaie men het geploegde weiland met haver. De ondervinding leert ons, dat de teelt van haver het vergaan van de zode het meest in de hand werkt. De door sommigen gevolgde methode, om het weiland terstond te delven en daarbij de zode op aanzienlijke diepte te brengen, verdient bepaald afkeuring. De zode verteert dan zeer langzaam en een groot gedeelte van de voedingswaarde ervan gaat verloren. Wanneer de oogst der haver is verwijderd — hoe eer dit geschiedt hoe beter! — wordt het land flink diep geploegd en, zoo mogelijk, gelijk gemaakt. Meermalen eggen is zeer aanbevelenswaardig, daar dit eene goede verdeeling der zode, welke de zoo noodige humusvorming in de hand werkt, sterk bevordert. In het najaar, wanneer men een aanvang wenscht te maken met het planten der tulpen, worden — zoo noodig — in het land greppels gegraven en met het daaruit gekomen zand de grond gelijk gemaakt.

Men zij met het maken van greppels er steeds op bedacht deze, wanneer het althans eenigszins mogelijk is, zóó te leggen, dat de richting en de afvoer van het Westen

Sluiten