Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebruike men voor tulpen geen gewonen koemest. Liever neme men öf lieer of Schiedamschen mest.

Ook voor hulpmeststof ligt hier nog een groot terrein open. Welke hulpmeststofl'en men moet gebruiken? Te weinig aandacht is tot heden aan deze vraag geschonken. Nu echter de uitkomsten der tulpen-cultuur gaande weg minder gunstig worden, acht ik het een vereischte, dat men ook dat vraagstuk meer en beter onder de oogen ziet. Er zijn gelukkig ervaren mannen genoeg, welke onze bloembollenkweekers hierin kunnen voorlichten.

Voor zware zand- en kleigronden is eene bemesting met vloeibaren mest de meest aanbevelenswaardige. Maakt men gebruik van gemengden paarden- en varkensmest, dan is het altijd een eerste vereischte, om deze zoo gelijk en daarbij zoo fijn mogelijk over den grond te verspreiden en onder de oppervlakte te werken. Is de te beplanten grond diep genoeg geploegd of gespit, dan kan men met het planten aanvangen.

III. Planten en dekken.

Hoe diep men tulpen moet planten, is in 't algemeen zeer moeielijk, ja zelfs niet op te geven, daar dit van den grond, en voor een groot deel ook van de variëteit, afhankelijk is.

Over het algemeen genomen is eene diepe planting nimmer wenschelijk. Ook de afstanden, waarop men de tulpen zet, staan in nauw verband met den aard der variëteit, die geplant wordt. Bij gewone enkele vroege en bii dubbele tulpen verdeele men de partijen in vier of vijf deelen, al naar gelang van de grootte. Bij gewone, goed in staat zijnde partijen, plaatst men van de grootste bollen 8 stuks op eiken regel. Van de bollen, welke het volgende jaar leverbaar moeten zijn, zet men negen of tien op eiken regel. Van de daarop volgende grootte zet men gewoonlijk dertien of vijftien stuks op ééne rij. I)e rest van de partij kan men Of in zijn geheel op voorat met een latje te maken gleufjes zaaien, öf, wat mij nog meer verkieselijk voorkomt, dit gedeelte der partij in tweeën verdeelen.

Sluiten