Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Ergste nog voor mijn Cheijem; 'n rechtschapen vak oin zoo maar te zegge kan-ie niet, en hij ziet er zwakkies uit. Wie neemt em een-twee-drie? De jonge meneeren van Kuite hebben hem wel als loopknecht willen hebben, maar, zoo heer zoo knecht: de diamantslijpers willen d'r geen nieuwe bij hebben, de loopknechten hebben óók 'n bond gesticht en nemen óók geen nieuwe. Wil u wel gelooven, as mijn Cheijem boodschappen had begonnen te doen, dat er dan 'n staking was gekomen ! Net wat voor die jongeheeren, om zich daaraan te wagen! En nou is 't scharrelen van 'd ééne dagop d'andere ... S j e m b o r e c h o e zal uitkomst geven, misschien bent u wel 'n paar m e 1 o c h e m ') van hem ... Misschien kan u 'm an 'n vast stukkie brood helpen, want van giften en gaven!... Weet u watte we bidden altijd na den eten : „Niet door gaven van handen van vleesch en bloed, en niet door handen van leeners, maar door Uw gevulde hand, Uw geopende, heilige, milde hand, opdat wij nooit vernederd en schaamrood worden"...

1) Engelen.

Sluiten