Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

legde ongevraagd 'n paar plakken komijnekaas op 'n challetje, en dnwde het hem in de hand.

— Cheijem, jonge, hoor na mijn. Jij bent niet geschik voor straatsoucher evemin as ik voor avvekaat. Jij mot wel sof in neme1) Jij hebt geen chospe2) genog. Az ik jou was dan liet ik de kar hier en ging naar huis; misschien kan ik ze nog wel kwijt worre. Fokkie kan 'n paar bakke, en d'r zal wel nog wel 'n soucher komme voor de rest... Attenom... wat is dat?

O c h e 11 e b e s j!... De keurmeester staat an je kar, Cheijem...!

Zoo was 't.

bij de herrie op de Baangracht was er zoo gewoeld en gemorreld in de koopwaar, hadden de zichzelf tot woede en verontwaardiging snggereerende Jordaners zoo gerukt en getrokken aan de vischjes, dat die 'n onoogelijk aanzien hadden gekregen. Bij eenige puilden de ingewanden uit de buikholte, van andere was het vleesch uitgereten zoodat de graat bloot lag. En de stank

1) Van 'n kwaade kermia thuiskomen. 2) Brutaliteit.

Sluiten