Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Vijf gulde. En ik heb geen vijfentwintig stuiver geleist!... En thuis wacht m'n moeder ncbbesj om sjabbes te make. Ik weet me geen raad ... As ik bij haar thuis kom, en ik vertel er datte we alles motte c h e i i e t ') blijve aan Liefdadigheid — ze zal 't besterrewe!

— Hou je nou maar sjtiekum, Cheijem. Ik zal wel zien of d'r niks te doen valt. Ga naar boven en rust je wat uit. Je bent zoo ondersteboven ... Over 'n uurtje kom ik terug.

Fokkie d'r man ging de deur uit. Hij liep alle geloofsgenooten af in de buurt; bij de bokkenslachter in de Goudbloemstraat, den lommerd baas in de Westerstraat, den kruidenier tegenover de Noordermarkt, den vodden-s o u c h e r in de Willemstraat, en bij nog 'n paar.

Toen hij thuis kwam telde hij na wat ze hem gegeven hadden. Met wat Fokkie er uit de winkellade bijdeed, was het sommetje afgegrond tot drie rijksdaalders.

— Cheijem, kom effe na benede!

1) Schuldig.

Sluiten