Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en wel door de Rijkssubsidie te verleenen, waardoor wij in de gelegenheid worden gesteld, U heden in Uwe functie te mogen begroeten.

Het zij mij vergund, hierbij een enkel oogenblik te verwijlen.

De groote liefde, die wij niet alleen als Nederlander maar als Israëliet aan ons Vorstenhuis verschuldigd zijn, berust op rechtmatige gronden.

Als men de geschiedenis nagaat, die U zeker allen bekend zal zijn, hoe Prins Willem I voor meer dan driehonderd jaren voor de vrijheid der Israëlieten optrad, hun, uit vele landen verjaagd, een toevluchtsoord in het vrije Nederland aanbood, hetgeen door zijne nakomelingen verder werd voortgezet, totdat de Staten-Generaal van Holland en Zeeland hun op 12 Juli 1657 als onderdanen van den Staat erkende en hun vrijheid van Godsdienst en gelijkheid met andersdenkenden gaf; als wij dit alles in herinnering brengen, dan kan het niet anders of elk rechtgeaard Israëliet moet het beroemde Oranjehuis hoog houden en vereeren.

Wij willen den Allerhoogsten smeken dat Hij Hare Majesteit onze geëerbiedigde Koningin met Z. K. H. Prins Hendrik Haar Gemaal een langdurig leven en eene gelukkige regeering schenke, tot heil en zegen van hare onderdanen.

Ik gevoel mij gedrongen U hierbij enkele woorden in herinnering te brengen van den helaas te vroeg ontslapen Opperrabbijn den WelEerw. heer Tal en wel uit de gedenkbladen van Neerlands Israël getiteld: Oranje-bloesems

»Voor ons staat een edel beeld; een beeld van Majesteit in schoonsten glans. Wij zwijgen maar onze oogen ^stralen van liefde en innigen trouw; Wij bidden God »den Almachtigen om zegen voor Wilhelmina. Koningin »der Nederlanden, zegen voor haar, voor wie in onze »zielen samenvatten, drie eeuwen van liefde."

Sluiten