Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervlogen toen hij smeekend uitriep V3 N3 »ik

wil Israels leider niet zijn, zend toch een ander!" Eerst nu in deze plechtige ure wordt spr. ten volle duidelijk wat hem in Mozes steeds bevreemdde. Een Goddelijke belofte vervulde Mozes intusschen met nieuwen moed, 'D' npn 'T~ riü?w~ nxi »Neem dezen staf ter hand, waarmede gij wonderen zult doen." Na deze toezegging was hij gerustgesteld. Dien staf moest hij niet ter hand nemen om te verdeelen, maar om allen tot één onwrikbaar geheel te vereenigen; overal zou hij verteederend zijn, niet kwetsend, niet honend zou hij het volk toespreken, hij zou hun verstand ontwikkelen, hun hart veredelen, hen vormen tot geloof in de menschen. Ook spr. kwelde de vraag : zal ik kunnen voldoen aan de hooge eischen welke een leider zijn gesteld: Ook hij werd door gevoelens van vrees bevangen. De taak van den rabbijn is immers moeilijk. Waarmede — vroeg hij zich zeiven — zult gij uw schat bewaken? Doch daar kwam het goddelijk antwoord Elia op zijn klacht gegeven hem voor den geest Kü rVlDJH- profeet Elia leefde in een tijd van godsdienstverval. Hij was zijn volk ontvlucht en verborg zich in een spelonk. En op de vraag Gods "ll,S "ï ^ "13 »watdoet gij hier Elia?" klaagde de profeet: wat baatte het, dat ik ijverde voor uw geloof, dat ik mijn bloed, mijn zweet offerde ? Uwe altaren heeft men vernield, uwe profeten gedood; ik alleen ben overgebleven en men staat ook mij naar het leven. En de Eeuwige antwoordde: trek u terug uit de spelonk, en ga staan op den berg. En de Eeuwige trok langs hem henen. Niet in den storm, die uiteenslaat was God, niet in het vuur, dat vernielt maar in het zacht suizend windje. Mozes sloeg waar hij spreken moest. Spr. begrijpt de beteekenis dezer woorden, die verklaart zijn

133-!

Hij richt nu eerst hartelijke woorden van dank tot zijne ouders, die hem verschaften een zorglooze jeugd om zich ongestoord te kunnen wijden aan de studie van Gods Leer. Zijne moeder, UT3ö2ri\ zij duldde slechts in haar huis wat goed en schoon is. Hij bidt God hem zulke edelmoedigheid te schenken als zij bezitten. Steeds zal spr. be-

Sluiten