Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waw en jöd, en zijn ook wel minder overeenkomstige voor elkander in de plaats gesteld, en letters in eene andere volgorde geschreven dan ze oorspronkelijk stonden. Zoo vinden wij H. XLI : 5 steden ('arim) in plaats van boozen (raim), gelijk er moest staan, H. XLIII : 13 vee (baqar) in plaats van bliksem (baraq), en dergelijke meer.

Er zou nog veel van deze handschriften te zeggen zijn; maar het bovenstaande is voldoende ten bewijze, dat de Hebreeuwsche Jezus Sirach, ofschoon grootendeels teruggevonden, daarom nog niet, zooals hij daar lag, geschikt voor de uitgave was. Veel critiek was noodig, die evenwel mogelijk werd door vergelijking van den grondtekst met dien der oude vertalingen, voornamelijk met dien van de LXX, of ook wel door gissingen. Dat er desniettemin speelruimte bleef voor verschil van opvatting, kan ieder zien, die de moeite neemt om de nieuwste Duitsche, Engelsche en Latijnsche vertalingen (de laatste is van Prof. Peters te Paderborn), naast elkander te leggen. Den meesten lof verdient in dezen Dr. Rudolf Smend, Hoogleeraar te Göttingen, die met zijne uitstekende boeken over J. S., waaronder een breede inleiding en commentaar, een reuzenarbeid verricht heeft, waarvoor de geleerde wereld hem niet dankbaar genoeg kan wezen, en waaraan ook wij bij dezen gaarne openlijk hulde brengen.

Men zal misschien vragen: hoe komt het, dat de Joden, die overigens veel zorg voor hunne heilige schriften dragen, den tekst van Jezus Sirach zoo hebben

Sluiten