Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I : 8—18.

8. Eén is wijs en zeer geducht,

gezeten op Zijnen troon.

9. De Heer zelf schiep haar en zag en openbaarde haar, en goot haar over al Zijne werken uit;

10. met alle vleesch was zij naar Zijne gave,

en Hij verleende haar aan die Hem liefhebben.

11. De vrees des Heeren is eer en roem,

en blijdschap en eene kroon van vreugde;

12. de vrees des Heeren verlustigt het hart,

en schenkt blijdschap en vreugde, en verlengt 's levens duur.

13. Wie den Heer vreest, hem gaat het bij zijn uiteinde wel, en ten dage zijns doods vindt hij zegen.

14. Het begin der wijsheid is God te vreezen,

en in den moederschoot wordt zij den getrouwen ingeschapen.

15. En bij de menschen schiep zij zich een eeuwige woning, en hun nageslacht blijft zij toebetrouwd;

16. de volheid der wijsheid is den Heer te vreezen,

en zij verzadigt hen met hare vruchten;

17. haar geheele huis vult zij met hetgeen begeerlijk is, en de voorraadschuren met hare voortbrengselen.

18. De kroon der wijsheid is de vrees des Heeren;

zij doet vrede bloeien en herstelt de gezondheid.

Sluiten