Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III : 14-25.

14. Goedheid jegens den vader wordt niet uitgewischt,

maar in ruil voor zonden gesteld.

15. Ten dage van den druk zal uwer gedacht worden,

gelijk warmte den rijm zal zij uwe schuld wegnemen.

16. Want goddeloos handelt hij, die zijnen vader veracht, en zijn Schepper vertoornt hij, die zijne moeder vloekt.

17. Mijn zoon, als gij rijk zijt, wandel in nederigheid, dan zult gij bemind zijn meer dan een milddadig man.

18. Bij alle grootheid verootmoedig u,

dan zult gij bij God barmhartigheid vinden;

20. want groot is de barmhartigheid Gods,

19. en aan de nederigen onthult Hij zijn raad.

21. Zoek niet wat u te hoog is

en vorsch niet uit wat boven uwe kracht gaat;

22. waarover u macht is gegeven, denk daarover na,

maar het verborgene gaat u niet aan.

23. Bemoei u niet met wat uw begrip te boven gaat,

want meer dan gij begrijpt, is u getoond.

24. Vele toch zijn de meeningen der menschenkinderen, en dwaze invallen voeren op een dwaalweg.

25. Waar geen oogappel is, ontbreekt licht,

en waar geen verstand is, ontbreekt wijsheid.

Sluiten