Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III : 26—IV : i.

26. Een trotsch hart gaat het ten slotte slecht,

maar wie het goede liefheeft, houdt zich daarmede bezig.

27. Een trotsch hart heeft veel te lijden,

en de overmoedige hoopt zonde op zonde.

28. Voor des spotters wonde is geen genezing,

want een slecht gewas is zijn gewas.

29. Een wijs hart verstaat de spreuken der wijzen,

en een oor, dat naar wijsheid luistert, schenkt vreugde.

HOOFDSTUK IV.

Opwekking tot liefdadigheid. — De zegen der wijsheid. — Valsche en ware schaamte. — Algemeene vermaningen.

ni.

30. Water bluscht vlammend vuur,

zoo verzoent milddadigheid zonden.

31. Wie het goede doet, ontmoet het op zijne wegen,

en als hij wankelt, vindt hij een steun.

IV.

1. Mijn zoon, zie niet minachtend neder op den arme, en laat de oogen van den wanhopige niet versmachten.

Sluiten