Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X : 14—23-

14. Den troon der overmoedigen heeft God omgeworpen, en nederigen in hunne plaats gezet.

15. Vastgewortelde volken heeft de Heer geheel uitgeroeid, en nederigen heeft Hij in hunne plaats geplant.

16. De sporen der overmoedigen heeft God uitgewischt, en he i ontworteld tot de grondvesten der aarde.

17. Hij heeft hen uitgerukt uit de aarde en hen uitgeroeid, en hunne gedachtenis verdelgd van de aarde.

18. Want den mensch past geen hoogmoed,

noch woedende gramschap den uit eene vrouw geborene.

19. Welk geslacht is geëerd?

Het menschelijk geslacht.

Geëerd is het geslacht, dat God vreest.

Welk geslacht is veracht?

Het menschelijk geslacht.

Veracht is het geslacht, dat het gebod overtreedt.

20. Onder broederen is hun hoofd geëerd,

maar de godvruchtige bij zijn volk.

21. Bijwoner en buitenlander, vreemdeling en arme, hun roem is de godsvrucht.

22. Den verstandigen arme mag men niet verachten,

en den goddelooze mag men niet eeren.

23. Een vorst, een heerscher en een machtige zijn in eere, maar niemand is grooter dan de godvreezende.

Sluiten