Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIII : 19—25.

19. Afschuwelijk voor den hoogmoed is de nederigheid, en afschuwelijk voor den rijke is de arme.

20. Wankelt de rijke, dan wordt hij door een vriend ondersteund, maar als de arme wankelt, wordt hij door zijn vriend verstooten.

21. Spreekt de rijke, dan staan velen hem bij,

spreekt hij leelijk, dan noemen zij het schoon;

spreekt de arme, dan roept men: foei, foei!

spreekt hij verstandig, dan is er geen plaats voor hem.

22. Spreekt de rijke, dan zwijgen allen,

en zij verheffen zijn inzicht tot de wolken;

spreekt de arme, dan vragen zij: wie is dat ?

struikelt hij, dan brengen zij hem geheel ten val.

23. Goed is de rijkdom, die zonder misdaad is,

en slecht de armoede, die uit zonde voortkomt.

!4- 's Menschen hart verandert zijn gelaat,

hetzij ten goede, hetzij ten kwade.

5- Teeken van een blij hart is een vroolijk gezicht, en droefheid en klacht verduisteren de oogen.

Sluiten