Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XVI : 24—30.

Opwekking tot beoefening van wijsheid. — Gods orde in de schepping. — De mensch geschapen naar het beeld van God. — Waarschuwing tegen ongerechtigheid. — Openbaarheid van 's menschen wegen voorden Heer. —

Vergelding van weldadigheid. — Vermaning tot bekeering, vóór den dood.

%

XVI.

24. Hoort naar mij en neemt inzicht aan,

en zet op mijne woorden uw hart.

25. Ik zal wel afgewogen mijnen geest laten uitstroomen, en mijne wel bewaarde kennis mededeelen.

26. Toen God Zijne werken schiep in den beginne,

en van hunne schepping af, wees Hij ieder deel zijne plaats.

27. Hij rustte Zijne werken voor alle tijden uit,

en hunne heerschappij voor alle geslachten;

zij hongeren niet, noch worden moede,

en zij laten niet af van hunnen arbeid.

28. Het eene verdringt het andere niet,

en zij zijn in eeuwigheid Zijn woord niet ongehoorzaam.

29. En daarna zag de Heer naar de aarde,

en maakte Hij haar vol van Zijne goederen;

30. met alle levend gedierte bedekte Hij hare oppervlakte, en tot haar keeren zij weder.

Sluiten