Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVII : I—13.

XVII.

1. De Heer schiep uit aarde den mensch,

en deed hem tot haar wederkeeren;

2. dagen, die te tellen zijn, en een bepaalden tijd gaf Hij hun, en schonk hun heerschappij over de schepselen, die op de aarde zijn.

3. Aan Zichzelf gelijk rustte Hij hen toe met kracht, en naar Zijn eigen beeld schiep Hij hen;

4. Hij bracht de vrees voor hem over alle vleesch,

en liet hem heerschen over dieren en vogels;

7. Hij vervulde hen met kennis des verstands,

en hield zoowel het goede als het kwade hun voor;

6. en Hij schiep tong en oogen,

ooren en een hart om te denken gaf Hij hun;

8. opdat zij de grootheid Zijner werken zouden zien

10. en Zijnen heiligen naam zouden prijzen,

9. om te getuigen van de grootheid Zijner werken.

11. Hij voegde voor hen er wetenschap aan toe,

en schonk hun de wet des levens ten erfdeel;

12. een eeuwig verbond richtte Hij met hen op,

. en Zijne rechten hield Hij hun voor.

13. De grootheid Zijner heerlijkheid aanschouwden hunne oogen, en de heerlijkheid Zijner stem hoorde hun oor;

4

Sluiten