Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIX.

Waarschuwing tegen onmatigheid en ontucht. — Tegen lichtvaardig vertrouwen en ijdel gesnap. — De dwaas en het geheim. — Het recht om den evenmensch tot verantwoording te roepen. — De schranderheid, die uit den booze is. — Het oordeel over den mensch naar z|jn uiterljjk.

1. Een werkman die drinkt, wordt niet rijk,

en wie kleinigheden gering acht, gaat spoedig te gronde.

2. Wijn en vrouwen brengen verstandigen ten val,

en wie ontuchtigen aanhangt, holt toomeloos voort;

3. maden en wormen krijgen hem ten erfdeel:

en een booze ziel verderft haren heer.

4. Wie spoedig vertrouwt, is lichtvaardig van gemoed, en wie op die wijze zondigt, dien zal het berouwen.

5. Wie zich in boosheid vermeidt, gaat te gronde;

6. doch wie gebabbel verfoeit, dien faalt het aan boosheid.

7. Vertel nooit eens anders woorden over,

dan zal geenerlei nadeel u wedervaren;

8. verhaal het niet aan vriend of vijand,

en indien het u geen kwaad kan doen, maak het dan niet openbaar:

9. want wie het van u heeft gehoord, neemt zich voor u in acht, en zal te rechter tijd u zijnen haat toonen.

Sluiten