Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIX : 10—22.

10. Hebt gij iets gehoord, laat het met u sterven;

wees niet bezorgd, dat het u zal opbreken.

11. De dwaas gevoelt weeën van een geheim,

gelijk de barende van haar kind;

12. als een pijl in het vleesch der heup,

is het woord in het binnenste van den dwaas.

13. Roep den vriend ter verantwoording, of hij niet eens misdreven heeft,

en heeft hij misdreven, dat hij het niet weder doe;

14- roep den vriend ter verantwoording, of hij niet heeft miszegd.

en heeft hij miszegd, dat hij het niet herhale;

15. roep den vriend ter verantwoording, want dikwijls is er laster in het spel,

en geloof niet ieder woord.

16. Menigeen struikelt in woorden, maar niet van harte, en wie heeft niet met zijne tong gezondigd?

17. Laat uw naaste zich verantwoorden, alvorens gij dreigt, en geef gehoor aan des Allerhoogsten wet.

20. Alle wijsheid is vreeze des Heeren,

en in alle wijsheid bestaat de vervulling der wet; 22. maar de kennis der boosheid is geene wijsheid,

en waar zondaren beraadslagen, is geen verstand.

Sluiten