Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XX.

Verstandig zwijgen en onverstandig spreken. — Een vijftal losse spreuken. — De weldadigheid van den dwaas. — Zonde uit schaamte. — Het verfoeielijke van den leugen. — Het ongebruikt laten van wijsheid en schatten.

1. Er zijn terechtwijzingen, die te onpas komen,

en er is een zwijgen, dat van verstand getuigt;

2. hoeveel beter is het terecht te wijzen, dan [zwijgend] te wrokken,

en wie schuld bekent, komt van schade vrij.

4. Gelijk een eunuch, die bij eene maagd overnacht,

zoo is hij, die recht doet met geweld.

5. De een zwijgt en geldt als wijs,

en de ander wordt om zijn vele praten geminacht.

6. De een zwijgt, omdat hij geen antwoord heeft,

en de ander zwijgt, omdat hij den tijd kent.

7. De wijze zwijgt totdat het tijd is,

maar de dwaas geeft geen acht op den tijd.

8. Wie te veel praat wordt geschuwd,

en wie te veel zich aanmatigt maakt zich gehaat.

9. Menige aangelegenheid strekt voor een mensch ten kwade, en er is gewin, dat leidt tot verlies;

Sluiten