Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XX : io—20.

10. er zijn gaven, die u niet tot nut zijn,

en er zijn gaven, die dubbel worden vergolden;

11. menig ongeluk komt, dewijl men naar aanzien zoekt; en er zijn er, die uit vernedering het hoofd opheffen.

12. Menigeen koopt veel voor weinig geld,

en menigeen moet het later zevenvoudig betalen.

13. De wijze maakt zich met weinig bemind,

maar de gunsten der dwazen zijn weggeworpen.

14. Eens dwazen gift doet u geen nut,

want zijne oogen zijn vele in plaats van één;

15. weinig geeft hij en veel verwijt hij,

en hij spert zijn mond open als een omroeper;

heden leent hij en morgen vraagt hij terug:

gehaat is zulk een mensch.

16. De dwaas zegt: «ik heb geen vriend,

« en er is geen dank voor mijne weldaden;

«die mijn brood eten, zijn kwade tongen.»

17. Hoe dikwijls en door hoevelen wordt hij uitgelachen!

18. Een misstap met den voet is beter dan met de tong; daarom komt der boozen val met spoed.

19. Een onaangenaam mensch is als een ontijdig verhaal, het komt in den mond des onopgevoeden steeds voor.

20. Eene spreuk uit eens dwazen mond zal worden verworpen, want hij brengt haar niet te rechter tijd uit.

Sluiten