Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXIII: 26—XXIV : 5.

26. zij zal hare nagedachtenis tot een vloek achterlaten, en haar smaad niet worden uitgewischt.

27. Zoo zullen de achterblijvenden erkennen,

dat er niets beter is dan de vrees des Heeren,

en niets liefelijker dan het betrachten van 's Heeren geboden.

HOOFDSTUK XXIV.

De lof der wijsheid. — Hare afkomst uit God. — Hare woonplaats onder Israël. — Hare zegeningen. — Haar inhoud gelijk aan dien van Mozes' wet. — Hare werkzaamheid voor allen, die haar zoeken.

1. De wijsheid zal zich zelve prijzen,

en in het midden van het volk des Heeren roem dragen;

2. in de gemeente des Allerhoogsten zal zij den mond openen, en voor Zijne heirscharen zich beroemen:

3. «ik kwam uit den mond des Allerhoogsten voort, en bedekte als een nevel de aarde;

4. < ik sloeg in de hoogte mijne tent op,

en mijn troon rustte op eene wolkenzuil;

5. «het hemelgewelf ging ik alleen rond,

en wandelde in de diepte van den afgrond;

Sluiten