Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXIV: 29—XXV: i.

29. want voller dan de zee is haar verstand;

en voller haar raad dan de groote oceaan.

30. Ook ik vloeide als een zijtakje uit een stroom,

en als eene waterleiding in een lusttuin,

31. zeggende: «laat ik mijnen tuin besproeien,

en mijn bloembed overvloedig drenken.»

En zie! mijn zijtakje werd tot een stroom,

en mijn stroom wies tot eene zee!

32. Nogmaals zal ik kennis doen lichten als het morgenrood, en haar laten schijnen wijd en zijd;

33. nogmaals zal ik onderricht uitgieten als profetie,

en haar nalaten aan verre geslachten.

34. Ziet, dat ik niet voor mij alleen mij vermoeide,

maar voor allen, die haar zullen zoeken.

HOOFDSTUK XXV.

In welke drie dingen Sirach een welgevallen heeft, en welke drie personen hij haat. — De wijsheid des grijsaards. — Welke negen Sirach zalig spreekt, en wien hy boven allen roemt. — Een drietal losse spreuken. — De jammer eener booze en de zegen eener brave vrouw.

1. In drie dingen heb ik een welgevallen, en zij zijn aangenaam voor God en menschen:

eendracht onder broeders, en vriendschap onder kameraden, en een goede omgang tusschen man en vrouw.

Sluiten