Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXV : 11—23.

11. De vreeze des Heeren gaat boven alles:

wien zal hij gelijk zijn, die aan haar zich houdt?

13. Liever alle smart dan zielesmart!

Liever alle boosheid dan vrouwenboosheid!

14. Liever alle kastijding dan de kastijding van die mij haten, en alle wraak dan de wraak van vijanden;

15. geen vergif gaat boven slangengif,

en geen toorn boven eens vijands toorn.

16. Liever wil ik samenwonen met een leeuw en een draak, dan huizen met een booze vrouw.

17. De boosheid eener vrouw maakt haar gelaat donker, en haar aangezicht zwart als van een beer.

18. Tusschen vrienden zit haar man,

en onwillekeurig zucht hij bitter.

19. Weinig boosheid gelijkt de boosheid der vrouw,

het lot van den zondaar kome over haar.

20. Als een zandig bergpad voor de voeten van een oud man, zoo is een praatzieke vrouw voor een bescheiden man.

21. Val niet aan op de schoonheid eener vrouw,

en laat u niet bekoren door hetgeen zij bezit;

22. want harde slavernij en schande is het,

als eene vrouw haar man onderhoudt.

23. Een gedrukt hart en een somber gelaat en zieleleed veroorzaakt een booze vrouw;

trage handen en slappe knieën:

zoo is eene vrouw, die haar man niet gelukkig maakt.

Sluiten