Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

XXVII : II—21.

11. Het verhaal des godvruchtigen ademt steeds wijsheid, maar de dwaas verandert als de maan;

12. let te midden der dwazen op uwen tijd,

maar vertoef lang in den kring der verstandigen;

13. het verhaal der dwazen wekt tegenzin,

evenals hun gelach bij het inzwelgen der zonde;

14. het gezwets van die veel zweert doet de haren te berge rijzen, en de vloed zijner woorden maakt de ooren doof.

15. De strijd der hoovaardigen leidt tot bloedvergieten, en hun geschimp is ellendig om te hooren.

16. Wie geheimen openbaart, verliest het vertrouwen, en hij zal nooit een vriend vinden naar zijn hart.

17. Heb een vriend lief, en wees trouw jegens hem;

maar indien gij zijne geheimen hebt geopenbaard,

volg hem dan niet langer;

18. want, gelijk een mensch zijnen vijand verderft,

zoo hebt gij de vriendschap met den naaste verwoest;

19. en gelijk gij een vogel uit de hand hebt losgelaten,

zoo hebt gij den naaste laten gaan en zult hem niet terug krijgen;

20. loop hem*niet na, want hij staat verre van u,

en hij is u ontvlucht, gelijk eene hinde den strik;

21. want eene wonde laat zich verbinden,

en voor schimp is er verzoening,

maar voor wie geheimen openbaart, is er geen hoop.

6

Sluiten