Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23-

XXXI : 23—31.

Den braven gast zegenen de lippen, het getuigenis zijner deugd staat vast.

24. De booze gast wordt in de stad gesmaad, het getuigenis van zijne boosheid staat vast.

25. Wees ook bij den wijn geen held,

want velen heeft de most ten val gebracht.

26. Gelijk de smeltoven, die het werk van den smid beproeft, zoo is de wijn bij den strijd der overmoedigen.

27. Levenswater is de wijn voor den mensch,

als hij hem met mate drinkt,

wat is het leven voor hem, die den wijn mist,

welke van den beginne af tot verheuging bestemd werd?

28. Vreugde des harten en blijdschap en genot

is de wijn, op zijn tijd en tot verzadiging gedronken.

29. Hoofdpijn, smaad en schande

werkt wijn, die in toorn en twist wordt gedronken.

30. De wijn brengt den dwaas vaak ten val,

hij vermindert de kracht en vermeerdert de wonden.

31. Berisp bij het wijngelag den vriend niet,

en bedroef hem niet in zijne vreugde;

spreek geen woord van smaad tegen hem,

en twist niet met hem in het bijzijn der lieden.

Sluiten