Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXIII: 8—15.

8. Door 's Heeren wijsheid zijn zij onderscheiden, en wisselde Hij tijden en feesten af;

9. Hij verheugt en heiligt er van,

en hij rekent er van onder het gewone tal der dagen.

10. Zoo zijn ook alle menschen uit den aardbodem,

en is Adam uit de aarde voortgebracht;

11. naar de volheid Zijner wijsheid onderscheidde hen de Heer, en op verschillende wegen liet Hij hen gaan;

12. sommigen zegende en verhoogde Hij er,

en anderen heiligde Hij en doet hen tot Zich naderen, weer anderen vervloekte en vernederde Hij,

en wierp Hij van hunne plaats neer;

13. gelijk het leem, in de hand des pottebakkers,

alle vormen naar zijn welgevallen aanneemt:

alzoo zijn de menschen in de hand van hunnen Schepper. die naar Zijne uitspraak hun lot bepaalt.

14. Tegenover het kwade staat het goede,

en tegenover den dood het leven,

alzoo tegenover den godvruchtige de zondaar;

*

15. zie ook aldus naar al de werken des Allerhoogsten,

twee aan twee, het een tegenover het ander.

Sluiten