Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VI. • 8 tn

8. Alle vleesch heeft onrust,

maar op de goddeloozen drukt ze zevenvoudig:

q. pest en moord, koorts en het zwaard,

verwoesting en verderf, honger en dood.

10. Om den goddelooze is het kwade geschapen,

en wegens hem blijft de vernietiging niet uit.

11. Al wat uit de aarde is, keert tot de aarde weer,

en wat uit den hooge is, tot den hooge.

12. Alle ontrouw en onrecht wordt verdelgd,

en goede trouw bestaat tot in eeuwigheid.

t 3. Rijkdom, door onrecht verworven, is als een stroomende beek, en als een stroom, geweldig door donderwolken;

14. treedt hij buiten zijne oevers,dan worden rotsen meegesleurd, maar plotseling houdt hij geheel op.

15. Aan 't gewas van het onrecht spruiten geen loten,

en de wortel van den goddelooze blijft op den top der rots;

t6. gelijk rietgras aan den oever der beek,

dat vroeger dan alle groen verdort.

17. Maar vroomheid wankelt niet,

en gerechtigheid duurt eeuwig.

18. Gelukkig leeft wie overvloed heeft en wie wat verdient, maar gelukkiger dan beide is hij, die een schat vindt.

19. Een kind en een stad houden een naam in stand,

maar boven beide staat een aanhankelijke vrouw.

Sluiten