Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XL : 20—30.

20. Wijn en drank verheugen het hart,

maar boven beide staat de liefde van vrienden.

21. Fluit en harp maken lieflijke muziek,

maar boven beide staat een zuivere tong.

22. Schoonheid en bevalligheid bekoren het oog,

maar boven beide staan de gewassen des velds.

23. Vriend en kameraad ontmoeten elkaar soms,

maar boven beide staat een verstandige vrouw.

24. Broeder en makker — ook in den tijd van nood,

maar meer dan beiden redt de gerechtigheid.

25. Goud en zilver geven grond onder de voeten,

maar meer dan beide is raad.

26. Macht en kracht doen het hart juichen,

maar meer dan beide de vreeze Gods;

wie den Heer vreest, heeft aan niets gebrek en buiten haar geen steun van noode:

27. de vreeze Gods is als een lusthof van zegen,

en haar beschutting gaat alle heerlijkheid te boven.

28. Mijn zoon! leid geen bedelaarsleven,

beter sterven dan een bedelaar zijn.

29. Een man, die naar des vreemden tafel ziet,

zijn leven kan niet voor leven gelden;

een bevlekking zijner ziel zijn de geschonken spijzen, voor een verstandig man zijn ze een hartzeer.

30. In den mond des onbeschaamden klinkt de bedelarij zoet, maar in zijn binnenste brandt ze als vuur.

Sluiten