Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XLI: 17—XLII: 2

17. Schaam u voor vader en moeder over ontucht,

voor een vorst en de overheid over de leugen;

18. voor een heer en eene meesteres over ontrouw,

voor de gemeente en het volk over zonde,

voor een makker en een vriend over verraad;

19. voor de plaats waar gij woont, over bedrog,

voor het veranderen van eed en verdrag,

voor het liggen op de elleboog aan den disch,

voor het weigeren van de gevraagde aalmoes;

20. voor het afwijzen van uwen naaste,

voor het staken der verdeeling van offervleesch;

21. voor het niet beantwoorden van groeten,

voor het aanzien van eens anders vrouw;

22. voor den omgang met eene slavin,

en voor te gaan staan bij haar bed;

voor den vriend wegens smadelijke woorden,

en voor verwijten, nadat gij hebt gegeven;

XLII.

1. voor het oververtellen van hetgeen gij hebt gehoord, en het openbaar maken van geheime plannen.

Zoo zult gij naar behooren u schamen,

en in gunst staan bij alle levenden.

Maar schaam u niet over de volgende dingen, en stoor u aan niemand, u bezondigend:

2. wegens de wet en de inzetting van den Allerhoogste, en wegens het recht, dat gij den schuldige vrij zoudt spreken

Sluiten