Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XLU : 17—XLIII: 1.

17. De heilige engelen van God zijn niet in staat Zijne wonderlijke groote daden te verhalen.

God sterkt Zijne legerscharen,

opdat zij pal mogen staan voor Zijne heerlijkheid.

18. Den afgrond en het hart vorscht Hij na,

en al hunne geheimen doorziet Hij.

19. Hij verkondigt het verleden en de toekomst, en openbaart de sporen van het verborgene.

20. Geen enkel inzicht ontgaat Hem,

en geen enkel ding onttrekt zich aan Hem.

21. Het wonderwerk Zijner wijsheid heeft Hij afgemeten, het is één en hetzelfde tot in eeuwigheid;

er is niets bijgevoegd noch afgedaan,

en Hij had geen raadsman van noode.

Hoe voortreffelijk zijn al Zijne werken,

en hoe verrukkelijk is het ze te aanschouweu!

23. Alles leeft en blijft in eeuwigheid,

en voor elk doel staat alles ten dienste.

24. Alles verschilt, het een van het ander,

en niets overtolligs heeft Hij gemaakt.

25. Het een overtreft het ander in voortreffelijkheid,

en wie wordt verzadigd van het aanschouwen der pracht?

XLIII.

1. De pracht in de hoogte is het reine uitspansel,

en het hemelgewelf een heerlijke aanblik.

9

Sluiten