Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XLV : 8—14.

8. Hij bekleedde hem met volmaakten sier,

en versierde hem met kostbare kleinodiën, met beenkleedij, rok en opperkleed;

9. en Hij omgaf hem met schellen

en met granaatappels, een geluid rondom.

om muziek te maken bij zijne schreden,

opdat hij zich in 't allerheiligste deed hooren,

tot een herinnering aan de zonen zijns volks;

0. met heilige kleederen, met goud, met purper,

en met scharlaken, des bontwerkers arbeid,

met de borstlap des gerichts, de efod en den gordel;

1. met karmozijn, het werk van den wever,

edelsteenen als zegelringen,

in omlijstingen, het werk van den graveerder, ter herinnering, in gegrift schrift,

naar het getal van Israëls stammen;

2. met de gouden kroon boven den tulband,

de diadeem, waarop het heilig zegel is gegrift, een verheven heerlijkheid en trotsche roem, een lust der oogen en volmaakte schoonheid.

3. Vroeger is er iets dergelijks niet geweest,

en in eeuwigheid zal geen vreemdeling het dragen; alleen aan zijne zonen heeft hij het toevertrouwd, en desgelijks zijne zonen aan hunne nakomelingen;

4. zijn spijsoffer wordt geheel verbrand,

iederen dag het brandoffer tweemaal;

Sluiten