Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XT.VII : 8—16.

8. Bij al zijne daden gaf hij lof,

aan den Hoogsten God in heerlijke taal,

met zijn gansche hart had hij zijnen Schepper lief,

en dagelijks bracht hij juichend het voortdurend offer.

9. Snarenspel bestelde hij vóór het altaar,

en psalmgezang dichtte hij voor de harpen.

10. Hij zette den feesten glans bij,

en den hoogtijden jaar op jaar luister.

Als hij Gods heiligen naam prees,

weerklonk daarvan het heiligdom vóór den morgen.

11. Ook vergaf de Heer hem zijne zonde,

en verhoogde voor eeuwig zijn hoorn,

en Hij schonk hem het recht van het koningschap, en zijnen troon stelde Hij vast over Israël.

12. En om zijnentwil stond na hem op,

een wijs zoon, die ongestoord woonde.

13. Salomo regeerde in tijd van vrede,

en God schonk hem rust van rondom,

hem, die Zijnen naam een huis stichtte en bouwde,

en voor eeuwig een heiligdom grondvestte.

14. Hoe wijs waart gij in uwe jeugd!

en gij stroomdet als de Nijl van kennis over.

15. De aarde bedektet gij met uw verstand,

en gij naamt kennis in u op als de zee;

16. tot de ver gelegen eilanden drong uw naam door, en in uwen vrede waart gij bemind.

Sluiten