Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LI : 12(8)—15.

(8) Looft Hem, die voor Davids huis een hoorn laat uitspruiten, want eeuwig duurt Zijne barmhartigheid.

(9) Looft Hem, die de zonen Zadoks heeft uitverkoren om priesters te zijn,

want eeuwig duurt Zijne barmhartigheid.

(10) Looft het schild van Abraham,

want eeuwig duurt Zijne barmhartigheid.

(11) Looft de Rots van Izaak,

want eeuwig duurt Zijne barmhartigheid.

(12) Looft den Sterke Jacobs,

want eeuwig duurt Zijne barmhartigheid.

(13) Looft Hem, die Zion heeft uitverkoren,

want eeuwig duurt Zijne barmhartigheid.

(14) Looft den Koning van de koningen der koningen,

want eeuwig duurt Zijne barmhartigheid;

(15) en Hij heeft een hoorn voor Zijn volk verhoogd, tot roem voor al Zijn volken;

(16) voor de zonen Israëls, het volk, dat Hem het naast is, Halleluja!

13. Toen ik jong was, voordat ik om ging dolen,

had ik welgevallen in wijsheid en zocht ik haar.

14. In mijne jeugd bad ik er om,

en tot het einde zal ik haar zoeken.

15. In haar spoor trad mijn voet,

van mijne jeugd af leerde ik wijsheid.

Sluiten