Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 ij kon, komen die verwenste wespen ; dat 'a een drommels ding — Ga zitten. Goltz, neem plaats.

Goltz.

Een ogenblik — — — zr gaan zitten — — Is u alleen?

Trippels.

Hoe meent u dat? — Ik ben doorgaans alleen.

G o 11 z.

Dus uw kapelaan is niet thuis.

Hij trijst naar rerh/s.

Trippels.

0, meent u Dommelaer — — Nee, die is er veel op uit — — — nu ook weer — — — ten minste — — — Nes, hij zit niet voor zijn raam, dus zeker uit; Dommelaer is onvermoeid — --- — Maar al was hij thuis, dan zat ik toch alleen; maar zelden houdt hij mij gezelschap, haast nooit — — — — —

Goltz.

Die heeft vast andere zaken aan zijn hoofd —

T r i p p e 1 s.

Hij leest veel, heel veel — — ...

G o 11 z.

Wat ?

T r i p p e 1 s.

Studeert veel; zit eeuwig in de boeken; hij is een studiosus — — — Hij is te Rome gedoktoreerd — — -

G o 11 z.

Ja. ja, — — ons Kareltje is een kraan geworden, 't Is

jammer voor hem op zo'n dorp te zitten; maar —

daar is de bekende reden voor - — — —

Sluiten