Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T r i i> pels.

Is het dan toch wiii'tr — — toch Marie.

En zegent God het otter dat .jij bracht? En vraagt Ilij niensezielen, stuk geslagen, plat getrapt en weggegooid? Nu moet je 't weten, nu is liet lang genoeg — Eens

heb je mij gezegd: „God redt ook zonder mij de zielen die Hem zoeken, priester word ik niet. ik wil Hem dienen niet jou samen — —■ —

T r i p p e 1 s.

Ik wil die taal niet horen. zeg ik je —

M a r i e.

Ik kan niet meer zwijgen • —-Ik zag je weggaan, Karei, haast nog kind en ik schreide, niet beseffend wat er wegging — - - Later kwam je weer en zei waaróm je weerkwam, toen gevoelde ik eerst waarom ik vroeger

had geschreid — - — Toch ben je wéér heengegaan

Waarom kwam je dan terug? waarom blies je 't vuur weer am. dat stil verteerde tot as zonder deze ondraaglike pijn — - Besef je dan niet wat liefde is voor ons?

K a r e 1.

Ik weet, Marie, wat liefde is voor mij Ik had

je lief — ik heb je lief — —

T r i p p e 1 s.

O, Moeder Gods -- —

K a re 1.

God kent ons door en door; Hij weet, dat ik Hein 't kostbaarst offer bracht, dat ik ooit brengen kan — — Ik stond aan 't doodsbed van mijn moeder — en ik hoorde vragen — ■— — of 't wel waar was wat ik bad, dat ein-

Sluiten